‘Eerst gezamenlijk verantwoordelijk voelen. Dan pas een aanpak.’

Een nieuw uitvoeringsmodel voor het landelijk gebied Gepubliceerd op
Van stikstof tot waterkwaliteit en van woningbouw tot klimaat. De opgaven in het landelijk gebied worden steeds groter en urgenter. Maar ondanks alle inspanningen en goede wil, wordt er weinig vooruitgang geboekt. Dat voelen boeren. Dat voelen ambtenaren. En dat voelen bestuurders. Waar gaat het mis? En vooral: wat is er nodig om dit te doorbreken? Volgens het initiatief De Nieuwe Uitvoering vragen complexe gebiedsvraagstukken om een compleet nieuw uitvoeringsmodel.

De Nieuwe Uitvoering is een initiatief van Cees Anton de Vries van adviesbureau Origame en Andreas van Braam van het ministerie van LVVN. Cees Anton is van origine architect maar ontwerpt al geruimte tijd leeromgevingen: situaties waarin mensen opnieuw met elkaar in beweging komen. Dat doet hij bij allerlei complexe maatschappelijke vraagstukken waar partijen samen vastlopen, zoals zorg en ruimtelijke ontwikkeling. Andreas werkt vanuit het ministerie aan verschillende opgaven in het landelijk gebied. Rode draad daarbij is de ambitie om beleid en uitvoering dichter bij elkaar te brengen.

Cees Anton en Andreas ontmoetten elkaar een paar jaar geleden tijdens de vorming van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Ze bleken een sterke motivatie te delen om concreet invulling te geven aan het concept van ‘lerende samenwerking’, voor hen een vereiste voor het succesvol werken aan transities. Zo werkten ze samen aan de Transitie School Landelijk Gebied en verkenden ze het vakgebied ‘systems convening’: het bijeenbrengen van systemen, partijen en disciplines die elkaar nodig hebben, maar elkaar nog niet vinden.

Enerzijds lieten dit soort initiatieven zien hoeveel betrokkenheid en oplossingsvermogen er is bij professionals in het landelijk gebied. Anderzijds merkten Cees Anton en Andreas dat de bestaande structuren telkens weer een barrière opleverden. “Alle goede wil en constructieve gesprekken werken uiteindelijk vaak niet door in de praktijk”, zegt Cees Anton. “Er is sprake van systeemfalen.”

Dit gegeven werd aan het begin van 2024 uitgebreid besproken tijdens een bijeenkomst in Ede over de uitvoering in het landelijk gebied. Daar werd het zaadje geplant voor De Nieuwe Uitvoering. Andreas: “Na een aantal tussenstappen besloten we uiteindelijk om drie sessies te gaan organiseren voor een brede groep betrokkenen: mensen die ook het gevoel hebben steeds vast te lopen en die met ons wilden onderzoeken wat we hier samen aan kunnen doen.”

Een dwarsdoorsnede van professionals uit beleid, uitvoering, praktijk en advies nam deel aan de sessies: van LVVN, RVO en waterschappen tot boeren en onderzoekers. Met ongeveer 40 deelnemers per sessie was de opkomst groter dan gedacht. Voor Andreas een duidelijk signaal. “We voelden dat we hier echt iets te pakken hadden. De deelnemers bleken enorm betrokken en gedurende de sessies ontstond een beweging. Ook de digitale ‘oploopjes’ die we daarna nog organiseerden werden druk bezocht en leidden tot diepe gesprekken.”

Tijdens de sessies ging het veel over de macht van grote ketens en systemen, die zich richten op efficiëntie en resultaten binnen hun eigen keten. Ook bij de overheid. Lokale deeloplossingen leiden op andere plekken vaak toch weer tot blokkades. “Bij steeds meer mensen groeit daardoor het gevoel van machteloosheid”, weet Cees Anton. De afdronk van de sessies was voor hem dan ook simpel: “Niemand kan het alleen. Maar samen lukt het vaak ook niet.”

Ook de deelnemers vanuit het ministerie van LVVN erkenden dit. Andreas: “Een belangrijk uitgangspunt van beleid is dat iedereen gelijk behandeld wordt. Dat is natuurlijk niet voor niets. Aan de andere kant merken we dat complexe gebiedsopgaven zich niet laten vangen in één maatregel of één regeling. Want elk gebied is anders.”

De oplossing moet dan ook vooral niet worden gezocht in nóg meer regels of nóg harder werken. Maar waar dan wel? Volgens Cees Anton ligt de sleutel in een zogeheten ‘tussenruimte’: een tijdelijke, begrensde werkruimte waarin betrokken partijen samen verantwoordelijkheid nemen voor een complex vraagstuk. Emeritus hoogleraar bestuurskunde Geert Teisman pleit al langer voor deze aanpak. “In een tussenruimte organiseer je eerst gezamenlijke aandacht en verantwoordelijkheid en ontwikkel je pas daarna een aanpak. Dat zijn we niet gewend. Het betekent dat je ruimte moet maken voor het ‘niet-weten’.”

In de Brabantse gemeente Zundert is eerder al ervaring opgedaan met zo’n tussenruimte. Na drie droge zomers ontdekten boomkwekers daar dat het grondwaterpeil structureel met een meter was gezakt. “Iedereen schrok daar enorm van, maar niemand kon het alleen oplossen”, vertelt Cees Anton. “De kweker niet op zijn land, het waterschap niet met regels en handhaving, en de provincie niet met subsidies. Deze partijen besloten vervolgens een ongebruikelijke afspraak te maken: we weten nog niet hoe, maar we gaan er samen voor zorgen dat er in periode van droogte voortaan genoeg water is voor boer én natuur.”

Het was voor alle betrokkenen een spannend experiment. “Een bestuurder van het waterschap vond in eerste instantie dat hij dat nooit kon beloven”, vertelt Cees Anton. Het uitspreken van een gezamenlijke verantwoordelijkheid bleek echter een gouden greep. In de gesprekken die volgden kwamen de partijen tot concrete afspraken. “De kwekers hebben watermeters op hun erf toegelaten die 24/7 het grondwater en het verbruik meten. Het waterschap beloofde dat ze die gegevens nooit zullen gebruiken in een rechtszaak tegen individuele boeren. Nu komen ze elke zes weken samen om de gezamenlijke aanpak te bespreken.”

Het concept tussenruimte is op zich niet nieuw en wordt ook in andere domeinen al regelmatig toegepast. Wel is het volgens Cees Anton bij uitstek geschikt voor het landelijk gebied. “Eigenlijk is het een cadeautje. Het gaat om een fysieke plek, je kunt het aanwijzen. Dat maakt het heel goed mogelijk om er samen verantwoordelijkheid voor te nemen. En vervolgens samen te werken aan al die opgaven die er samenkomen. Van water, landbouw en natuur tot wonen, toerisme en energie.”

De grote uitdaging hierbij is dat een gebied geen stem heeft. Daardoor kan ze niets inbrengen tegen de goed georganiseerde en machtige ‘ketens’. Van beleidskaders en sectorale programma’s tot digitale platforms en de wereldeconomie als geheel. “De enige manier om het evenwicht tussen gebied en ketens te herstellen is om lokale kennis en betrokkenheid beter te benutten. Het oplossingsvermogen is er vaak al, maar krijgt geen ruimte.”

Het creëren van die ruimte moet uiteindelijk wel samenkomen met beleidsdoelen, benadrukt Andreas. “Vrijheid om na te denken is iets anders dan vrijblijvendheid. Het is belangrijk om gesprekken in de tussenruimte niet te verwarren met een heidag of een praatclub. De gedeelde ambitie en verantwoordelijkheid moeten uiteindelijk leiden tot zichtbare en toetsbare resultaten.”

Het werken in een tussenruimte vraagt om een veilige omgeving: professionals moeten beschermd worden tegen de afrekencultuur die zich vooral richt op de korte termijn. En de gelegenheid krijgen om in eerste instantie ‘niet te weten’. “De rol van leidinggevenden is daarbij essentieel”, weet Cees Anton. “Tegelijkertijd weten we dat verandering zelden top-down ontstaat. Het zijn de professionals en gebiedspartijen die we met De Nieuwe Uitvoering willen inspireren: de gebiedsregisseurs, beleidsmedewerkers, boeren, adviseurs… Zij kunnen de tussenruimte openen. Niet door harder te werken. Maar door anders te beginnen.”

Vaak is dit vooral een kwestie van het juiste haakje vinden. De ene keer is dat een actuele aanleiding in een gebied. De andere keer een beschikbaar budget. Als de trein eenmaal rijdt kun je de juiste wagonnetjes gaan aanhaken. Cees Anton: “Onze ambitie is niet om een heel systeem omver te werpen of een nieuwe methode op te leggen.” Andreas: “Het gaat juist om slim gebruik maken van wat er al is.”

  • Beginnen met een gedeeld gebiedsvraagstuk
  • Eerst verantwoordelijkheid organiseren, daarna pas oplossingen kiezen
  • Een tijdelijke ruimte creeren waarbinnen (gedachten)experiment mogelijk is
  • Oplossingen laten landen in bestaande structuren

De Nieuwe Uitvoering is geen regulier verbeter- of organisatievraagstuk. Het is een reactie op systeemfalen en raakt aan de fundamenten van hoe de uitvoering nu is ingericht. Alle betrokken partijen hebben er een rol in: van beleidsmaker tot boer en van gebiedsregisseur tot bestuurder. Wil jij er ook mee aan de slag? Afhankelijk van je rol geeft De Nieuwe Uitvoering je de volgende tips:

  • Kies als beleidsmaker niet te snel voor een nieuwe regeling of extra onderzoek.
  • Zoek een betekenisvol haakje om het gesprek over aan te gaan. Wees daarbij geduldig. het kan soms even duren voordat het juiste moment zich aandient.
  • Ervaar je een probleem? Begin met de vraag: wie zijn er nodig om hier samen verantwoordelijkheid voor te nemen?
  • Nodig bij jouw initiatief ook partijen uit waarmee het schuurt.
  • Geef anderen de ruimte om zich het gezamenlijke doel eigen te maken, zodat ze vervolgens met volle overtuiging mee kunnen doen. 
  • Erken dat niemand het alleen kan.
  • Maak het concreet: er moet iets te presteren zijn.
  • Borg het proces: ga met je leidinggevende in gesprek over het vertrouwen en de tijd die je nodig hebt.

Heb je vragen over dit artikel? Heb je zelf een tussenruimte geopend en wil je je ervaringen delen? Of wil je gewoon even sparren? Stuur dan een mail naar Andreas: a.q.vanbraam@minlnv.nl.