Grondfaciliteit: Landelijk gebied
Bouwstenen voor een gebiedsgerichte grondstrategie
Deze storymap van een fictief gebied met opgaven bevat bouwstenen voor het opstellen van een grondstrategie in het landelijk gebied. De informatie is bedoeld als praktisch overzicht voor iedereen die betrokken is bij ruimtelijke opgaven – van gebiedsmanagers en beleidsmedewerkers tot ervaren grondprofessionals. De bouwstenen leiden niet tot een kant-en-klare grondstrategie, maar bieden aanknopingspunten die u kunt gebruiken waar ze voor uw situatie relevant zijn.
Nationale Grondbank
De Nationale Grondbank (NGB) is een initiatief van het ministerie van LVVN en wordt steeds vaker ingeschakeld door provincies. De NGB koopt op basis van vrijwilligheid en tegen een marktconforme prijs agrarische (ruil)bedrijfslocaties en (cultuur)grond aan. Het verworven vastgoed kan (eventueel na herwaardering van de grond in geval van gebruiksbeperkingen) weer beschikbaar worden gesteld voor de Gebiedsgerichte aanpak. Bijvoorbeeld voor boeren die willen verplaatsen, extensiveren of omschakelen.
Verkenning actief grondbeleid
Met de verkenning ‘actief grondbeleid’ onderzoekt het ministerie van LVVN of en hoe zij een actievere rol kan spelen op het gebied van grond. Hierbij wordt de relatie gelegd met realisatie van de zogenoemde RLN-doelen (op het gebied van landbouw, natuur, water en klimaat), de ruimtelijke keuzes, en hoe LVVN daaraan wil werken, zoals de ‘extra rijksinzet voor gebieden en boerenerven’ en de aanpak Agrarisch Natuurbeheer.
Een belangrijke bouwsteen voor de verkenning naar actief grondbeleid vormt het adviesrapport ‘Grond voor verbinding’ van Het PON & Telos en Bureau Peter de Ruyter landschapsarchitectuur.
Bekendheid instrumenten voor het inrichten van gebieden
Mede in opdracht van het ministerie van LVVN heeft het Kadaster in samenwerking met andere uitvoeringsorganisaties en provincies een nieuwe handreiking ‘Verkavelen onder de Omgevingswet’ opgeleverd. Provincies kunnen hiermee beoordelen of en waar de inzet van landinrichting en verkavelingsinstrumenten kan bijdragen aan het realiseren van de opgaven.
Vrijwillige kavelruil en Wettelijke herverkaveling zijn effectieve instrumenten om grondvraag en -aanbod bij elkaar te brengen.
Inzetten van rijksgronden
Rijksgronden bieden kansen om gebiedsopgaven te versnellen. Bijvoorbeeld door deze in te zetten als ruilgrond bij bedrijfsverplaatsing of door de grond te verpachten tegen gunstige tarieven. Het ministerie van LVVN versterkt daarom de samenwerking met rijkspartijen met grondeigendom (denk aan Rijksvastgoedbedrijf, Staatsbosbeheer, ProRail, Defensie en Rijkswaterstaat).
Het Kadaster heeft de eigendomspositie en de beschikbaarheid van rijksgronden in het landelijk gebied geïnventariseerd en ontsloten via de Digitale Datafaciliteit.
Vrijwillige herwaardering van landbouwgronden
Particuliere grondeigenaren, zoals boeren, kunnen ervoor kiezen om vrijwillig in te stemmen met beperkingen in het gebruik van de grond. In ruil daarvoor ontvangen zij een vergoeding. Een verkenning (2024) bracht de mogelijkheden hiervoor in kaart.
Als vervolg op deze verkenning werken de provincies samen met onder andere LVVN en de waterschappen aan een (kader)regeling voor het eenmalig vergoeden van permanente herwaardering van landbouwgrond aan agrariërs die vrijwillig meedoen aan gebruiksbeperkingen.
Nieuwe natuur in de polder: tussen zelfrealisatie en onteigening: evaluatie van resultaten en beleving van grondinstrumenten voor natuurrealisatie in de Krimpenerwaard
Wageningen Environmental Research (WENR) heeft onderzoek gedaan naar hoe betrokkenen de aanleg van 2.250 hectare nieuwe natuur (NatuurNetwerk Nederland) in de Krimpenerwaard hebben ervaren. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, de gemeente Krimpenerwaard en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
De resultaten staan in het rapport “Nieuwe natuur in de polder: tussen zelfrealisatie en onteigening”. Dit rapport geeft belangrijke inzichten voor toekomstige gebiedsprocessen in het landelijk gebied. Het onderzoek bouwt voort op het rapport “Drie decennia natuurrealisatie in de Krimpenerwaard”, dat in oktober 2024 is verschenen. Dat eerdere rapport ging over het gebruik, de werking en de doorlooptijd van verschillende grondinstrumenten in de afgelopen 30 jaar.
Lees hier meer over het rapport.