Regiosessie Zuid
Rode draden regiosessie Zuid
Na een warm welkom door provincie Limburg is LVVN directeur Vera Pieterman na een toelichting op de kamerbrief in gesprek gegaan met de zaal. Hier is gedeeld hoe de brief is ontvangen bij de regionale overheden, welk gevoel dat losmaakte en of zij toekomst zien in het aangekondigde pakket. Een aantal centrale punten op een rijtje.
Het primaire doel blijft natuurherstel: de zonering en maatregelen moeten uiteindelijk bijdragen aan het behalen van de natuurdoelen. De precieze zones en hun grootte (250m/500m/1000m) vereist afwerking in overleg tussen de overheden. Gebiedsgerichte aanpak is belangrijk mede omdat omstandigheden verschillen per gebied. Er resteren vragen over het meten (van de effectiviteit) van de maatregelen en hun effect. Ook over wat de sociaaleconomische gevolgen zijn voor boeren in de zones en hoe die gevolgen eerlijk gedragen zullen worden. Naast de maatregelen specifiek gericht op stikstof moet ook hydrologie stevig worden neergezet, waarbij aandacht moet zijn voor maatregelen buiten de aangewezen zone die noodzakelijk kunnen zijn voor het natuurherstel. Maatregelen en verantwoordelijkheden moeten concreter worden. Er is behoefte aan duidelijkheid over welke maatregelen wanneer worden genomen, wie daarvoor verantwoordelijk is en hoe dit juridisch wordt geborgd. In relatie hiertoe leeft de vraag hoe je tot een goede afbakening en onderbouwde keuzes komt voor gebieden waar nog onvoldoende detailkennis beschikbaar is. Er is met oog op praktische uitvoerbaarheid behoefte aan dat er rekening wordt gehouden met bestaande regelgeving, beleid, maatregelen en inzet. Want, te veel verschillende regels, maatwerk en maatregelen kunnen leiden tot complexiteit en onduidelijkheid. Een van de duidelijke heikelpunten hierbij was de stroomlijning van verschillende processen en het tijdige betrekken van, voornamelijk genoemd, de gemeenten.
Ook is er geconstateerd dat de overheden over de ambitie, middelen en wil beschikken die nodig zijn om samen te werken. Dat neemt niet weg dat we elkaar nog steeds beter moeten opzoeken om te bouwen aan ons onderlinge vertrouwen én het vertrouwen dat we van bijvoorbeeld ondernemers, maatschappelijke partijen en burgers willen verdienen, door meer als één overheid op te treden. Hiervoor moeten we blijvend afstemmen, niet alleen kunnen reageren maar ook meepraten en standvastig zijn.