Webinars

Bekijk hier webinars terug over verschillende onderwerpen. Benieuwd welke webinars er nog aankomen? Houd de agenda in de gaten. Heb je relevante webinars die je zou willen delen? Neem dan contact op met de redactie via het contactformulier.

Op 26 maart 2026 vond de informatiesessie plaats over nadeelcompensatie voor Nederlandse gemeenten. Het doel: inzicht bieden in de toepassing, voorwaarden en berekening van nadeelcompensatie bij ruimtelijke besluiten.

Sprekers en invalshoeken

Drie ervaren adviseurs van Gloudemans, RHO Adviseurs en HASkoning belichtten het onderwerp vanuit verschillende perspectieven:  Wetenschappelijke benadering, praktische uitvoering en casuïstiek en Juridisch-technische aspecten (Omgevingswet). Alle sprekers hebben ruime ervaring met planschade en nadeelcompensatie, waaronder de afweging van het normaal maatschappelijk risico – een cruciale factor bij toekenning.

Van theorie naar praktijk

Na een verdiepend theoretisch deel kwamen voorbeeldberekeningen aan bod. Hierbij ontstond ruimte voor vragen en discussie over concrete toepassing.

Terugkijken en naslag

De opname is hier terug te kijken en de bekijk de presentatie hier.

Webinar Nadeelcompensatie

00:00
00:00
Download video
Download audiodescriptie
Uitgeschreven tekst
Kennissessie nadeelcompensatie.

SOPHIE VAN DER PLOEG: Dan hebben we zo meteen de presentaties over nadeelcompensatie. En dan zullen we de vragen dus beantwoorden in de chat. En we hebben een vooruitblik op het volgende webinar. Het doel van vandaag is eigenlijk tweeledig. Dat jullie goed een beeld krijgen van nadeelcompensatie bij de inzet van het instrumentarium uit de Omgevingswet. En een gevoel krijgen voor de knoppen die van invloed zijn op de compensatie. Daarvoor kun je vier vragen stellen. Zijn er lessen te halen uit het verleden van nadeelcompensatie voor agrarische bedrijven? Dat zal vooral denk ik in Berthy haar verhaal naar voren komen. Wat zijn de belangrijkste factoren die meespelen in de opbouw van het recht op nadeelcompensatie? Dat is een soort van rode draad. Dan hebben we nog een aantal fictieve casussen, waarin je dus een schatting kunt zien van wat de nadeelcompensatie zou kunnen worden. Wat de hoogte van de nadeelcompensatie zou kunnen worden. En tot slot hebben we nog de vraag: welke factoren zijn van invloed op de voorzienbaarheid van het type regels in de casussen? En beïnvloeden die het recht op de nadeelcompensatie? We zullen deze vragen niet allemaal gaan doorlopen. Maar dit geeft wel een beetje richting aan hoe je dus de presentaties zo meteen kan beleven. Goed. Nou, dan geef ik nu graag het woord aan Ruud Louwes van Rho Adviseurs. Ja, volgens mij heb je de presentatie overgenomen. Dus ga je gang.

[Expertsessie nadeelcompensatie. De agrarische praktijk.]

RUUD LOUWES: Ja, dankjewel. Ik werk bij Rho Adviseurs. Dat is een bedrijf met 180 à 200 mensen die iedere dag werken aan een mooier Nederland. En ik was zelf in de aanloop naar de invoering van de Omgevingswet betrokken bij de totstandkoming daarvan: hoe gaan we dat doen? En met name het onderdeel nadeelcompensatie. Daar kwam ik toen Berthy ook tegen. Als we het hebben over nadeelcompensatie, dan is het... Een beperking krijg je. Daar heb je een nadeel van, en dat wil je gecompenseerd worden. Er zijn twee soorten nadelen. Dat is: je hebt je eigen agrarisch bedrijf en je eigen perceel. Daar krijg je een beperking opgelegd. Je mag ineens iets niet meer, en dat is dan een direct nadeel. Het kan ook zo zijn dat de buurman het agrarisch perceel verkocht heeft, er komt een bedrijventerrein met gebouwen van 20 meter hoog, dat je denkt: daar heb ik ook nadeel van. Dat is dan een indirect nadeel. Maar wij gaan het vandaag over het directe nadeel hebben.

Hoe ontstaat zo'n beperking? Wat is daar de oorzaak van? Wat is de schadeoorzaak? Dat is bijvoorbeeld als een gemeente het omgevingsplan gaat wijzigen en zegt: Deze activiteit is straks niet meer toegestaan. Of het bouwvlak dat iemand heeft van twee hectare, dat wordt gehalveerd, en dat wordt maar één hectare. Dat is een besluit, dat is een wijziging van het omgevingsplan. En dan ontstaat er dus een nadeel omdat je iets niet meer kunt. Er zijn een aantal van die beperkingen die je kunt aan zien komen. Normaal maatschappelijke risico heet dat. En het kan zijn dat een rechter zegt: 'Ja, dat wist je. Daar had je op kunnen voorsorteren. En dat is nou eenmaal een normaal maatschappelijke risico ook van het ondernemerschap.' Dat is een factor die belangrijk is. En zeker als je weet dat een beperking er wellicht aan zit te komen en je hebt helemaal niks gedaan, je sorteert daar niet op voor, dan kan het zijn dat de rechter zegt: Dat is een passieve risicoaanvaarding. Dat zijn eigenlijk de drie knoppen waar we aan gaan draaien.

Want we gaan straks een aantal situaties laten zien. Sophie noemde al even planschade na de compensatie. Eerder onder de Wro heette het planschade. Nu heet het nadeelcompensatie met de Omgevingswet. En de belangrijkste verandering voor het directe nadeel is dat die passieve risicoaanvaarding wat strakker is geregeld. Daar zitten wat termijnen aan, zodat duidelijker is wanneer daar sprake van is. Dat laten we zo zien.

De nadelen, de beperkingen waar je als agrarisch bedrijf geconfronteerd mee kunt worden. Dat is bijvoorbeeld: je hebt een agrarische boomgaard, en daar wordt een spuitzone voor opgelegd, 50 meter uit de kant van alle woonpercelen, en dan mag je in één keer niet meer spuiten. Je hebt een agrarisch bedrijf, je hebt één schuur, de tweede schuur was al bijna in aanbouw, maar de gemeente zegt: Dat gaan we toch niet meer doen. Geen uitbreidingsmogelijkheden meer van de bebouwing. We hebben ook stikstofgevoelige gebieden. Om die gebieden leggen we een zone van 500 meter. De agrarische bedrijfsactiviteiten worden bevroren. Dat gaan we bijna niet meer doen. Het is ook bijna niet meer mogelijk. Dat kunnen beperkingen zijn. Over enige tijd Kaderrichtlijn Water. Het grondwater moet beschermd worden. Het bemesten, dat kan niet meer. Wat ik nu noem zijn gehele verboden. Dat kan niet meer. Je kunt ook een gedeeltelijk verbod opnemen. Of je kunt zeggen: Het mag niet meer, maar vraag dan een vergunning aan. Bijvoorbeeld voor spuitzones. Je mag niet meer spuiten, maar vraagt een vergunning aan. Geef aan dat je dat toch zorgvuldig doet, met een bomenhaag en bepaalde doppen en zo. En dan kunnen we het alsnog toestaan en een vergunning verlenen. Dat is het speelveld dat er is.

We gaan eens even kijken voor deze vier voorbeelden: hoe zit dat dan met nadeelcompensatie? Hoe zit het met de nadelen? Als je een agrarisch bedrijf hebt, dan bepaal je eerst: wat is nu de waarde van mijn bedrijf? Hoe verdien ik mijn inkomen? En als ik dan die beperking krijg, wat is het effect voor mijn bedrijf? Heb ik dan minder inkomen omdat ik meer inspanningen moet verrichten, andere machines moet kopen, of wordt gewoon mijn bedrijf minder waard? Als bouwmogelijkheden gehalveerd worden, dan gaat de waarde van jouw agrarisch bedrijf als grondeigendom achteruit. De actuele situatie en de nieuwe situatie met beperking, die vergelijk je. Dan wordt het optellen en aftrekken. Meestal wordt het dan aftrekken. En dan is duidelijk dat er een nadeel is, dat er schade is.

De regels voor passieve risicoaanvaarding zijn aangescherpt, en dat heeft voor- en nadelen. Maar als je al vanuit de gemeentelijke praktijk bekijkt... Je bent van plan om een beperking te gaan opleggen, dan is het nuttig dat je als gemeente dat ook aankondigt. Dat je zegt: Let op, agrarische sector, die maatregel, die beperking gaan wij over enige tijd gewoon opleggen. Neem dan een jaar de tijd als tussenperiode, dan is dat gunstig voor het voorkomen van nadeelcompensatie of dat je het moet vergoeden. Stel dat je een... Dan gaan we naar de tweede: drie jaar voorafgaand is dan niet verricht. Daarmee bedoelden we dat als je een akkerbouwbedrijf bent en de gemeente gaat een beperking opleggen voor het spuiten bij boomgaarden. De buurman heeft de boomgaard, jijzelf niet. Dus als je zelf een akkerbouwbedrijf hebt en je hebt helemaal geen boomgaard, ook drie jaar daarvoor niet, dan is er ook geen sprake van nadeelcompensatie. En stel dat de gemeente aankondigt bijgaande maatregelen te treffen, bijvoorbeeld de halvering van het bouwvlak, dan kun je niet meer bouwen. Als je dan niks meer doet in de tussentijd voordat die maatregel van kracht wordt, dan kan dat ook tegengeworpen worden als passieve risicoaanvaarding. Dus dan is het eigenlijk wel nuttig om in ieder geval kenbaar te maken dat je dat bouwplan hebt, en ook dat bouwplan in te dienen. Dit zijn ongeveer de spelregels voor de passieve risicoaanvaarding. En dat is nu duidelijk met de mijnen in de Omgevingswet geregeld ten opzichte van vroeger de Wet ruimtelijke ordening.

Wordt alle schade op voorhand vergoed? Nou, dat valt misschien wel mee, of tegen. Er zijn ontwikkelingen die je aan ziet komen, die vanuit de maatschappelijke ontwikkelingen gaan gebeuren, die je mag verwachten. Het kan zijn dat de rechter zegt: 'Ja, maar beste agrariër, je weet dat dit eraan gaat komen, dus je had daarop kunnen voorsorteren.' En in de meeste gevallen als het omgevingsplan wordt gewijzigd, dan is de gemeente degene bij wie je de claim indient en die dat dan ook gaat betalen. Als je kijkt naar de hele stikstofmaatregelen, dan is het zo dat het Rijk daar gelden voor beschikbaar stelt aan provincies, regio's en gemeenten. Dus de gemeente kan dan ook wel daar een beroep op doen. Maar in de meeste gevallen bij een omgevingsplan is de gemeente de uitkerende instantie.

Je kunt dus verschillende vormen van schade hebben. En je kunt ook als gemeente en agrariër met elkaar in gesprek gaan. Kan ik op een of andere manier de schade beperken? Bijvoorbeeld dat ik een termijn stel: je mag nog vijf jaar lang spuiten. Je mag nog vijf jaar lang jouw agrarische bedrijf voortzetten, en ook voor een deel uitbreiden en versterken. Maar na vijf jaar is het wel afgelopen. Je kunt ook het algehele verbod inperken. Bijvoorbeeld het spuiten dat ik net noemde, onder voorwaarden mag dat nog wel, zodat je je bedrijf toch nog op een goede manier kunt blijven uitvoeren. Als je het hebt over die zones rondom stikstofgevoelige gebieden, bijvoorbeeld op de Veluwe, dan kun je ook met elkaar bespreken: Melkvee, dat gaat dan allemaal niet meer, maar neem een andere tak erbij zoals recreatie. Dat is er natuurlijk ook al heel veel op de Veluwe. Maar je zou kunnen kijken naar alternatieve bronnen, inkomstenbronnen, en of die mogelijk zijn. Als je maatregelen doet zodat het wat minder effect heeft op de natuur en het kost extra geld, zijn er dan subsidiemogelijkheden? En je kunt een verbod opnemen, maar je kunt het ook aan een vergunningplicht verbinden. En dan treedt dat verbod pas over een tijdje in. En wellicht als het zover is, je wilt die vergunning aanvragen en je krijgt die vergunning, dan heb je geen nadeel. Krijg je die vergunning niet, dan pas ontstaat de schadeoorzaak. Zo zijn er een aantal knoppen waar je aan kunt draaien. Maar belangrijk, dat zei Sophie ook, de voorzienbaarheid en de maatschappelijke ontwikkeling, die moet je dus heel goed in de gaten houden met elkaar.

Tot slot: je kunt een agrarisch bedrijf klemzetten met allerlei beperkingen. En dan per beperking kun je een berekening maken: hoe zit het met nadeelcompensatie? Maar uiteindelijk gaat het ook om een afweging van belangen. Kunnen de agrarische bedrijven nog blijven voorbestaan? Of zitten we het zo in te perken dat het eigenlijk niet meer goed kan? Dus als je in een gebied bezig bent en je kijkt naar maatregelen, wees je dan bewust: wat doet dit met het perspectief van de agrarische sector in dit gebied? En het instrument programma... Dus je hebt omgevingsvisie, programma, omgevingsplan, omgevingsvergunning. Het instrument programma is bij uitstek geschikt om die bewustwording te krijgen: wat ben ik nou eigenlijk aan het doen? Wat is het perspectief? Moet ik kijken naar nadeelcompensatie of naar structurele ondersteuningsmaatregelen voor de agrarische sector? Dat is een leuk instrument, belangrijk. En dan kun je op een zorgvuldige manier met nadelen omgaan. Tot zover.

SOPHIE: Dankjewel, Ruud. Dan mag Berthy het stokje overnemen van jou. Even een klein momentje, Berthy. Ik weet niet of je al op de knop hebt gedrukt. Maar ik zie dat er nog een beetje tijd over is, Ruud. En er is één vraag. Ik ga hem er toch even tussendoor doen. Een vraag van Marlies Dekkers. Zij zegt: 'Het gaat dus alleen om de waarde van het object. Niet om de vermindering van de opbrengsten op het object. Landbouwgrond daalt niet snel in waarde als er verminderde opbrengst is.'

RUUD: Nee, het heeft ook inkomensschade en zo. Dus als je bedrijfsvoering meer gaat kosten, dan zijn dat ook wel nadelen die meedoen in de nadeelcompensatie.

SOPHIE: Oké, dus het is toch ietsje breder dan gedacht. Dankjewel.

RUUD: Ja.

SOPHIE: Berthy, dan wil ik jou graag uitnodigen.

[Nadeelcompensatie. Beperkingen (bestaande) agrarische bedrijfsvoering.]

BERTHY VAN DEN BROEK: Ja, dat is het meest spannende moment. Ik neem de controle over. Gaat het goed? Ja, dat gaat goed. Nou, dat was... Ik ga van tevoren een waarschuwing geven. Ik heb veel slides en heel veel tekst. Die ga ik niet allemaal voorlezen. Maar ik dacht, als jullie terugkomen... Volgens mij worden de slides gedeeld achteraf. En als je dan terugkomt in je organisatie, dan kan je die ook delen met collega's. En dan is het een soort naslagwerkje met handige jurisprudentieverwijzingen. Dus zo heb ik dat van tevoren bedacht, maar ik ga zeker niet alle slides helemaal voorlezen. Wees gerustgesteld. Ik heb gekeken naar voorbeelden uit de jurisprudentie over beperkingen in de agrarische bedrijfsvoering. En wat heel interessant is voor dit onderwerp, is dat die nadeelcompensatieregeling in de Omgevingswet, dat zit niet alleen maar op omgevingsplannen. Vroeger was dat wel zo met de planschaderegeling. Dat zag je ook wel op vrijstellingen, maar vooral op ruimtelijke ordening. Maar in de nadeelcompensatieregeling van de Omgevingswet zijn bijvoorbeeld ook genoemd als schadeoorzaak waar je een beroep op kon doen: de waterschapsverordening en de provinciale omgevingsverordening, en algemene maatregelen van bestuur. Denk maar aan het Bal. Dus als daar iets in wijzigt in een bepaling die een extra verplichting oplegt bijvoorbeeld, of juist bedrijfsactiviteiten beperkt of verbiedt, dan kan iemand ook een aanvraag om nadeelcompensatie indienen. En dan is het wel goed om daar alert op te zijn. Dus die reikwijdte van de nadeelcompensatieregeling in de Omgevingswet is breder. En daarom is het ook heel belangrijk om deze voorbeelden vanmiddag te bespreken. Nou, zoals Ruud al zei: het gaat om directe schadebeperkingen in de bedrijfsactiviteiten. En ik heb gekeken naar voorbeelden. Bijvoorbeeld van de civiele rechter. Want vroeger moest je dan naar de civiele rechter als je een nadeelcompensatie wilde vragen. Dat ga ik allemaal niet uitleggen. Dat is dan nu dus gewoon de nadeelcompensatieregeling geworden in de Omgevingswet. Ik heb gekeken naar de kokkelvisserij in de Oosterschelde die is beperkt. Nadeelcompensatie bij maatregelen ter voorkoming en bestrijding van dierziekten. Het verbod op de pelsdierhouderijen. En de Wet herstructurering varkenshouderij. Dat zijn voorbeelden, en daar heb ik wat 'lessons learned' uitgehaald.

Belangrijke factoren die meespelen bij de opbouw van het recht op nadeelcompensatie. Die had Ruud ook al genoemd, maar ik heb heel lang lesgegeven en ik weet: het kwartje valt cent voor cent. Dus we gaan het gewoon nog een keer herhalen. De belangrijkste factoren zijn het causale verband tussen de waardevermindering, of de vermindering van inkomsten, of de extra kosten, en de maatregel van de overheid. Dan is natuurlijk heel belangrijk wat precies de aard en de ernst is van de beperkingen op de bedrijfsvoering. Is dat alleen een beperking van de bedrijfsactiviteiten, maar kan je het bedrijf nog wel voortzetten? Of is het zo ernstig dat je echt je bedrijf zult moeten beëindigen? Dat speelt mee. Het normaal maatschappelijke risico, daar ga ik uitgebreid op in. En dan komt ook weer de voorzienbaarheid en de schadebeperkingsplicht voor ondernemers om de hoek kijken. En ten slotte het vereiste van de speciale last.

Als eerste het causaal verband. Dat zijn heel veel teksten, maar het is een heel belangrijk vereiste. Want er moet een verband zijn tussen de schade en de oorzaak. En dan wordt er gekeken naar niet hoe de situatie is, maar hoe die zou zijn geweest zonder de overheidsmaatregel. Dus autonome ontwikkelingen, die moeten ook mee worden genomen. En ik heb even nagedacht hoe dat voor spuitzones of stikstofmaatregelen zou uitpakken. Maar eigenlijk denk ik dat je bij deze maatregelen al snel een causaal verband hebt. Maar misschien denkt Paul wat anders, en dan mag hij zo meteen zeggen dat hij er anders over denkt. Dat is alleen maar interessant. Wat belangrijk is, is dat er ook een rechtstreeks causaal verband moet zijn. Ik heb één uitspraak gevonden die voor het beëindigen van een bedrijf wel belangrijk is. Dat was een situatie. Er werd een milieuvergunning ingetrokken, waardoor een bedrijf zijn activiteiten moest beëindigen. En daar was de vraag: kan je de ontslagvergoedingen voor de werknemers, kan je die nou ook toerekenen aan de intrekking van de vergunning? Dus moet daar de overheid nadeelcompensatie voor betalen? Daarvan heeft de Afdeling bestuursrechtspraak in 2006 gezegd dat dat inderdaad zo is. Dus als een vergunning wordt ingetrokken, of een andere regeling wordt getroffen waardoor een bedrijf zijn activiteiten moet beëindigen, en ten gevolge daarvan moet je je werknemers ontslaan en een ontslagvergoeding betalen, dan is dat ook schade die voor vergoeding in aanmerking kan komen en in causaal verband staat met de maatregel. Nou zijn er ook bepaalde aspecten die niet in causaal verband staan. En dat is als het een eigen vrije keuze is van de ondernemer. Bijvoorbeeld om uitstel van materiaal of bepaalde keuzes in de bedrijfsvoering. Als dat een eigen vrije keuze is van de ondernemer, dan wordt dat niet toegerekend aan de overheidsmaatregel. En in dit geval is het natuurlijk wel belangrijk van: stel nou dat iemand stopt omdat hij denkt: 'Er komt van alles en nog wat aan. Ik ga maar stoppen.' In hoeverre is dat dan nog een eigen vrije keuze? Het kan ook zijn dat dat heel erg beïnvloed wordt door de overheidsmaatregel. Dus dat is nog niet helemaal duidelijk hoe dat wordt ingevuld door de rechter. Als het zo is dat een ondernemer gaat stoppen met zijn bedrijf en hij zegt om die reden een overeenkomst stop met een derde, bijvoorbeeld een huurovereenkomst of een gebruiksovereenkomst, of een overeenkomst omdat hij altijd materialen afnam van die derde persoon, dan kan die derde persoon geen nadeelcompensatie krijgen. Dus het is alleen maar de agrariër die stopt. Die heeft recht op nadeelcompensatie.

Ik heb het net al genoemd. Stel nou dat een bedrijf moet beëindigen, dan kan het zijn dat er sprake is van ontneming van de eigendom. Voor de volledigheid heb ik dat genoemd, maar daar ga ik verder niet op in. Het is wel goed om in het achterhoofd te houden als er een regeling is die een recht op schadevergoeding biedt, zoals de Omgevingswet, dan weegt dat wel mee. Dus dan is in de meeste gevallen wel aan het vereiste van artikel 1, eerste protocol van het EVRM voldaan. Maar voor de volledigheid heb ik hem wel opgenomen.

Bij dit soort vormen van directe schade van beperkingen in de bedrijfsvoering is een aantal factoren van belang om te kijken: is het nou een normaal ondernemersrisico of stijgt het daarbovenuit? Daar kan je heel algemene ontwikkelingen noemen, en concreet in de situatie zelf. De meeste beperkingen die worden opgelegd door de overheid, kan ik wel alvast verklappen, die worden beschouwd als een normale ontwikkeling. Maar dat wil nog niet zeggen dat de schade ook altijd behoort tot het normaal maatschappelijk risico. Dat kan er in een concrete situatie bovenuit stijgen. Wat heeft nou de rechter geoordeeld? Het is heel interessant dat alle rechters deze factoren eigenlijk toepassen. Zowel de civiele rechter als bij nadeelcompensatie, als bij planschade, zeggen ze ongeveer hetzelfde. Dan gaat het om de aard van de ondernemersactiviteiten die worden beperkt. En vooral als het gaat om activiteiten die het milieu verontreinigen of die de gezondheid beïnvloeden, en de overheid neemt maatregelen om die nadelige gevolgen in te perken, dan is dat een indicatie dat het een normale ontwikkeling is. En ook de algemene voorzienbaarheid van die maatregelen speelt een rol. Dus wat was het beleid? Hoe is de besluitvorming verlopen? Ruud noemde het ook al: als het een consistent beleid is, als je een maatregel aankondigt in het beleid, dan weegt dat mee. Als je jarenlang hetzelfde beleid voert, dan weegt dat mee. Als je heel plotseling je beleid wijzigt en bijvoorbeeld, om maar eens wat te zeggen, jarenlang zeg je 'gewasbeschermings- middelen zijn toegestaan, die mag je gebruiken', en nu opeens ga je ze verbieden, dan weegt dat wel mee bij de vraag van het normaal maatschappelijke risico. En ook de kwetsbaarheid, de aard en de structuur van het gebied. Dat zijn zo'n beetje de algemene factoren die in de jurisprudentie worden genoemd.

Ik heb ook gekeken naar de factoren waardoor de schade nou uitstijgt in een concreet geval. Dat is als een maatregel abrupt en zonder overgangstermijn wordt ingevoerd. En soms moet dat. Bij dierziekte bijvoorbeeld kan het soms niet anders. Dan is er een calamiteit en dan moet er echt worden gehandeld. Maar als het kan, dan is het aan te bevelen om een overgangstermijn in te voeren en ruim van tevoren een beleidswijziging aan te kondigen, zodat ondernemers daar ook rekening mee kunnen houden. Als een maatregel een heel uitzonderlijk karakter heeft, zodat iemand echt moet stoppen met zijn bedrijf, dan zal dat vaak uitstijgen boven het normaal maatschappelijke risico. En hetzelfde geldt dus als het afwijkt van het voorheen gevoerde vaste overheidsbeleid, als dat een plotselinge beleidswijziging is. En je hoeft ook niet altijd rekening te houden met de meest nadelige variant. Dat zijn de factoren.

Ik heb een aantal voorbeelden uit de jurisprudentie. Die ga ik met jullie doornemen. Wat ik net allemaal aan algemene lijnen, elementen heb genoemd, daarvan heb ik de uitspraken in de slides gezet. Voor die mensen die daarin geïnteresseerd zijn, kan dat nuttig zijn voor de onderbouwing van eventueel beleid of besluiten. Maar ik ga voor nu even snel door naar de voorbeelden.

Het voorbeeld van de kokkelvisserij is een voorbeeld waarin de kokkelvisserij gedurende een lange reeks van jaren al werd geconfronteerd met beperkingen. Dat was een geleidelijke en voorzienbare ontwikkeling. En de schade die het gevolg daarvan is van een weigering van een vergunning, die behoort dan ook tot het normaal maatschappelijke risico. Ook en vooral omdat die vergunningen voor de kokkelvisserij tijdelijk jaarlijks worden verleend of geweigerd. En ook gelet op de kwetsbaarheid van het gebied. Dus dat zijn elementen waar je eventueel een parallel mee kunt trekken. Bijvoorbeeld met de Natura 2000-gebieden.

Dan is er een voorbeeld. Dat heb ik net al genoemd. Dat overheidsmaatregelen een reactie kunnen vormen op risico's die inherent zijn aan ondernemersactiviteiten. Bijvoorbeeld bedrijfsactiviteiten die nadelige gevolgen voor het milieu hebben of voor de gezondheid. Daarvan heeft de Hoge Raad gezegd dat dat in beginsel behoort tot het normaal ondernemersrisico. Dat ligt ook een beetje in het verlengde van het 'vervuiler betaalt'-beginsel.

Dan, wat een hele interessante overweging is van de Hoge Raad, die koppelt de voorzienbaarheid van ontwikkelingen aan de schadebeperkingsplicht. En ik denk dat dat bij de planschade de passieve risicoaanvaarding was. En in het civiele recht wordt er dan gezegd: als ondernemer, als je bepaalde ontwikkelingen ziet aankomen, dan moet je maatregelen treffen om je bedrijfsvoering aan te passen. Dus als je als overheid bepaald beleid aankondigt, een beperking aankondigt, dan moet een ondernemer ook daarop in kunnen spelen. Dat moet hij doen, maar daar moet hij ook genoeg tijd voor hebben. Dus het eerste uitgangspunt is: je moet als ondernemer inspelen op voorzienbare ontwikkelingen. Maar het tweede is wel: je kunt niet van de ene op de andere dag al omschakelen. Dus die gelegenheid moet ook wel worden geboden. Dus dat is ook weer zo'n element dat een knop is om aan te draaien bij het maken van beleid.

Dat wordt in de planschade genoemd de passieve risicoaanvaarding. En in het civiele recht wordt dat gekoppeld aan de schadebeperkingsplicht. Dus dat je als ondernemer wordt geacht je bedrijfsvoering voor zover redelijk aan te passen. En dan kan het ook weer zijn dat je bepaalde redelijke maatregelen vergoed kunt krijgen. Maar ik moet er wel bij zeggen dat de bestuursrechter heel terughoudend is om dit soort schadebeperkende maatregelen te vergoeden. Dat komt eigenlijk bijna nooit voor.

Dan ben ik aan het laatste element dat belangrijk is: de speciale last. In de jurisprudentie wordt daar niet heel veel aan getoetst, omdat het een heel lastig element is. Ik denk dat dat met name wel een rol zou kunnen gaan spelen als decentrale overheden, provincies en waterschappen bepaalde beperkingen gaan opleggen aan ondernemers in hun taakgebied, terwijl in een andere provincie of in een ander waterschap andere keuzes worden gemaakt. Want dan kan het zijn dat een ondernemer in dezelfde omstandigheden verkeert en in het ene gebied wel te maken krijgt met beperkingen, en in het andere gebied niet. Dus dat zou wel een element zijn waar u alert op moet zijn. Om echt met een regio dit soort maatregelen af te stemmen. Dat is wat ik op dit moment te vertellen had, Sophie.

SOPHIE: Heel fijn. Dank je wel, Berthy. Die speciale last vind ik ook nog wel interessant. Daar komen misschien nog wel wat vragen over. Ik kan me er wel wat bij voorstellen als je als ondernemer in verschillende gebieden terechtkomt. Goed, mooi. Dan wil ik graag Paul uitnodigen om de besturing over te nemen.

[Expertsessie Nadeelcompensatie. Het land van morgen.]

PAUL HERDER: Ik heb hem volgens mij. Dus bedankt, Sophie. Ook bedankt voor je eerdere introductie. Ik ben dus Paul Herder, van Gloudemans. Zoals al aangegeven ben ik deskundig op het gebied van planschade en nadeelcompensatie en word ik vooral ingeschakeld als onafhankelijke deskundige door rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Wat ik dus ook wil doen, is meer met jullie de praktijk induiken. We hebben al een toelichting gekregen op verschillende aspecten die van belang zijn. Maar ik denk dat het ook interessant is om te kijken meer naar de bedragen en hoe die worden vastgesteld.

Want waar zou je allemaal aan kunnen denken? Bijvoorbeeld bij zo'n erftransformatie. Je hebt verschillende vormen van nadeelcompensatie. Een deel daarvan is ook al aangegeven. Er kunnen bijvoorbeeld nieuwe functies op het erf komen als gevolg waarvan omliggende percelen of bedrijven hinder ondervinden. Maar wat wij in de praktijk ook veel zien is dat door de opkoopregeling bijvoorbeeld, doordat het bedrijf, de veehouderij, moet stoppen daar, dat ofwel het bedrijf zelf of de percelen daaromheen omgevormd worden naar akkerbouw. En het is weleens de vraag in hoeverre dat wenselijk is. Dus wat ik eigenlijk nu met jullie wil doen is jullie meenemen in een voorbeeld waarin eigenlijk bepaalde teelt wordt verboden en wat voor gevolgen dat heeft voor de nadeelcompensatie, en welke bedragen je daarbij aan moet denken. Dus ik heb als voorbeeld opgenomen het verbod op de teelt van bloembollen. Maar in principe is de methode hoe je de schade vaststelt eigenlijk bijna bij alle gevallen hetzelfde. Daar zijn de bedragen alleen wat anders. Die methode kan je steeds toepassen. Bij nadeelcompensatie kan je denken aan twee types schade. Je kan altijd denken aan vermogensschade en/of inkomensschade. Dus laten we dan eerst eens kijken naar de vermogensschade, hoe dat moet worden vastgesteld.

Ik heb hier wat bedragen opgenomen. Voor de vaststelling van de nadeelcompensatie bij een dergelijk verbod moet je eigenlijk het perceel waar het verbod op zit altijd twee keer waarderen. Eerst de waarde zonder het verbod en daarna de waarde met het verbod. Het verschil tussen die twee waardes is dan eigenlijk de waardedaling. Hier heb ik wat bedragen opgenomen. Kijk daar niet te strak naar. Het zijn fictieve bedragen. Het verschilt natuurlijk allemaal per regio. Maar hier heb ik dus opgenomen dat een hectare 175.000 euro is. Zonder het verbod. Komt het verbod erbij, dan kom je op 125.000 euro. Dat is dus een waardedaling van 50.000 euro. Net werd ook al in de chat de vraag gesteld in hoeverre de waarde echt daalt als het opbrengend vermogen anders is. Want in hoeverre ontleent agrarische grond zijn waarde aan het opbrengend vermogen? Daar kan je vraagtekens bij zetten. Maar wat je wel ziet is dat op gronden waar bepaalde teelten kunnen plaatsvinden, dat daar de waardes wel hoger zijn dan gronden waar alleen bijvoorbeeld grasland kan plaatsvinden. Dus die verschillen zie je wel, maar inderdaad kan je discussie voeren over de invloed van het opbrengend vermogen op de waarde. Maar als zo'n claim echt wordt ingediend, zal altijd een taxateur dit echt moeten vaststellen en echt taxeren wat de waardes zijn, en daarmee ook de waardedaling. Je moet ook rekening houden met het normaal maatschappelijk risico. Hier ben ik uitgegaan van de indirecte schade, en dan zegt de Omgevingswet dat je een normaal maatschappelijk risico van 4 procent moet hanteren. Die 4 procent moet je pakken over de waarde zonder het verbod. Dus de waarde van de onroerende zaak voordat er iets plaatsvindt. Dus dat is die 4 procent van die 175.000 euro, is 7.000 euro. Dus die moet je nog aftrekken van de waardedaling voordat je op de schadevergoeding komt. Dus in dit voorbeeld met deze getallen kom je dan op een schadevergoeding van 43.000 euro per hectare aan vermogensschade.

Dan kan er ook aanvullend of alleen inkomensschade aan de orde zijn. Bij inkomensschade is altijd één aspect van belang, en dat is of er overgangsrecht aan de orde is. Immers: als er overgangsrecht aan de orde is, dan kan de gebruiker gewoon doorgaan met de teelt, in dit geval met de teelt van bollen, en heeft hij dus eigenlijk helemaal geen schade. Is er geen overgangsrecht opgenomen en moet de teelt per direct stoppen, dan heeft hij dus ook per direct minder inkomsten, want hij kan die bollen niet meer telen, maar moet overstappen op grasland of akkerbouw, heeft dan ook lagere opbrengsten en heeft dus ook per direct schade. Dit kan nu meer aan de orde zijn dan vroeger, want onder de Wro was er een verplichting om in een bestemmingsplan overgangsrecht op te nemen. Dat bestaat nu niet meer, die verplichting.

Bij inkomensschade, aan wat voor bedragen moet je dan denken? Hoe stel je dat vast? Ik heb hier een fictief voorbeeld van een pachter die een hectare pachtte voor het telen van bollen. Ik ben hier uitgegaan van een saldo van 6000 euro per hectare. Als je hem zou terugzetten naar grasland kan je uitgaan van 1500 euro per hectare en heb je dus een vermindering aan inkomsten van 4500 euro per hectare. Dat is het jaarlijkse bedrag dat je aan inkomensderving hebt. Het is een permanente maatregel, dus je krijgt permanent te maken met dat verbod. Daar hebben we iets voor verzonnen, want we willen nu alle toekomstige schade gaan vergoeden. Om al die toekomstige schade te vergoeden, wordt die jaarlijkse inkomensschade gekapitaliseerd met een bepaalde factor. En die factor is dan weer afhankelijk van de sterkte van het gebruiksrecht, en kan maximaal 10 zijn bij eigendom. Dit komt eigenlijk redelijk overheen met het onteigeningsrecht en hoe dat daarin ook wordt bepaald. Voor een reguliere pachter kan je dan denken aan factor 9. En dan moet je dus die 4500 euro inkomstenderving per jaar met 9 kapitaliseren, en kom je plusminus op 40.000 euro aan inkomstenschade die voor vergoedingen in aanmerking kan komen.

Wat je in dit voorbeeld nog niet ziet is dat ik rekening heb gehouden met het normaal maatschappelijk risico. Bij het normaal maatschappelijk risico zie je dat in de Omgevingswet één keuze is gemaakt en die is vastgelegd. Dat is die 4 procent van de waarde bij indirecte schade. Verder is er nog niks vastgelegd en is het de vraag wat de omvang is van dat normaal maatschappelijk risico. Er zijn wel andere partijen die wel hebben nagedacht over de omvang van het normaal maatschappelijk risico bij inkomensschade. Denk bijvoorbeeld aan Rijkswaterstaat bij infrastructurele maatregelen. Maar een mooi voorbeeld is wel de provincie Overijssel. Die heeft verschillende Natura 2000-maatregelen destijds genomen, vooral verbandhoudende met watermaatregelen. En die hebben eigenlijk gezegd dat het normaal maatschappelijk risico 10 procent is van het verdienvermogen van de grond. Daar kun je van alles van vinden, maar het is in ieder geval een bron die al heeft nagedacht over de omvang van het normaal maatschappelijk risico. Want verder staat het bestuursorgaan vrij om zelf na te denken over die omvang. Maar motiveer dat goed, want dat wordt getoetst conform die rechtspraak, zoals die door Berthy al is toegelicht.

In de Omgevingswet is dus eigenlijk maar één keuze gemaakt voor dat normaal maatschappelijk risico. Dat is die 4 procent van de waarde bij indirecte schade. Maar het kan wel zo zijn dat je als eigenaar in een gebied eigenlijk op twee manieren kan worden geraakt die redelijk met elkaar overeenkomen, maar die wel verschil hebben in de uitkomst voor jou. Ik heb hier een voorbeeld opgenomen van ergens een agrarisch gebied. Je ziet daar ook de agrarische bouwkavels liggen met daarop nog stukken die nog niet zijn benut. Dan kan je als eigenaar worden geconfronteerd met de beperking van dat agrarisch bouwblok. Dus het kan gewoon zijn dat het omgevingsplan wordt aangepast en dat daarin staat opgenomen dat dat deel van het bouwblok jou wordt ontnomen. Dus dat het gewoon terug wordt gezet naar agrarische grond. Dan heb je te maken met directe schade en heb je dus eigenlijk ook nog geen normaal maatschappelijk risico. Maar die eigenaren kunnen ook op een andere manier worden belemmerd in hun uitbreidingsmogelijkheden van dat bouwblok. Denk bijvoorbeeld eraan dat in dat buitengebied een woning erbij komt, een gevoelig object. Dat heeft tot gevolg dat als gevolg van verschillende milieufactoren, denk aan vooral geur, dat er beperkingen gelden voor de uitbreiding van stallen. Dat kan dus tot gevolg hebben dat op de delen van het bouwblok waar net nog een streep doorheen stond nu ook geen stallen meer kunnen worden gerealiseerd als gevolg van de komst van die woningen. In dit geval hebben we niet te maken met directe schade, want de beperking is niet direct op het perceel gelegd, maar komt indirect voort uit de komst van de woningen daar. Bedenk daarbij wel dat andere bebouwing dan natuurlijk nog wel mogelijk is, zoals loodsen en dergelijke.

Hier heb ik nog het verschil uiteengezet met het voorbeeld dat ik eerder aangaf. Dus dat er wel een verschil is als je indirect of direct wordt geraakt, omdat er dan dus wel of geen normaal maatschappelijk risico aan de orde is. Dat kan zeker als het om wat oppervlaktes gaat aardige gevolgen hebben.

Zijn er dan nog beperkingen mogelijk voor de omvang van de schade? Wat wij altijd van belang vinden is om aan te geven: je kan nadenken om de aansprakelijkheid van de overheid te beperken, maar het is altijd wenselijk om eerst na te denken hoe je in de markt de schade beperkt. Ook voor draagvlak, politiek, is dat zeker lokaal vaak meer wenselijk. De mogelijkheden daarvoor zijn alleen wel beperkt. De meest in het oog springende is het bieden van lucratieve mogelijkheden. Stel je bestemt iets weg. Dat heeft bedrag x tot gevolg. Dat kan je dan weer terugbestemmen voor de eigenaar in de vorm van bijvoorbeeld woningen die een voordeel geven van bedrag x. Dan compenseer je die eigenaar, maar dat is zeker niet altijd mogelijk. Verder kan je ook denken aan terugverdientijd en het geven van een overgangsperiode. Dat is door Ruud ook al kort genoemd. Maar dat is ook lastig vaak om toe te passen, omdat dat dus dan tot gevolg heeft dat het even duurt voordat er iets daadwerkelijk gebeurt.

Vervolgens kan je nadenken over de beperking van de aansprakelijkheid door de overheid. Eigenlijk zijn ze allemaal denk ik al genoemd. De voorzienbaarheid. Het opschuiven van de schadeoorzaak kan ook een mogelijkheid zijn. En denk dus vooral ook aan het normaal maatschappelijk risico waar de overheid zelf ook beleid over kan gaan voeren, conform de eisen zoals die door Berthy zijn aangegeven. Op die manier kan je op voorhand al nadenken over welk deel van de schade voor de rekening van de overheid komt en welk deel voor rekening van de eigenaar. Dat was in het kort wat ik daaraan nog wilde toevoegen.

SOPHIE: Dankjewel, Paul. Ja, leuk. Dank jullie wel. Ik vond het interessant om jullie drie te horen. Mooie verdeling ook van de theorie, en dan uiteindelijk naar de praktijk toe. Ik zal even Spotlight stoppen en dan gaan we even naar de vragen in de chat. Het laatste kwartier zijn er toch best wel wat vragen gekomen. Even kijken. De eerste is... We hebben nog zeven minuten, dus ik wil graag even wat tijd gebruiken om de experts zich te laten buigen over de vragen. De eerste is van Guido Jansen. Hij geeft aan: in het coalitieakkoord wordt zonering genoemd. Wat is jullie inschatting van het normaal maatschappelijk risico ten aanzien van zonering?

BERTHY: Zal ik aftrappen? Dan gaat het om zonering rondom Natura 2000-gebieden. Klopt dat?

SOPHIE: Ja.

BERTHY: Als ik kijk naar de elementen uit de jurisprudentie, want dat zijn toch de handvatten, dan denk ik als deze maatregel wordt genoemd in een coalitieakkoord, dan weegt dat mee bij de voorzienbaarheid. En zonering rondom Natura 2000-gebieden, dat is gelet op de kwetsbaarheid van die gebieden. Dat weegt ook mee. Het is een maatregel die nodig is voor de bescherming van de kwetsbaarheid van Natura 2000-gebieden. Dus als dit een ontwikkeling is waarvan de besluitvorming echt in één lijn verloopt, dan is dat wel, denk ik, een ontwikkeling die in de lijn der verwachtingen ligt.

SOPHIE: Dus dan waarschijnlijk wel geschaard kan worden onder normaal maatschappelijk risico.

PAUL: Misschien nog een aanvulling daarop. Ik kan helemaal volgen wat Berthy hier zegt, maar het blijft altijd afhankelijk van wat voor effect die zonering heeft. Raakt het echt een bouwkavel bijvoorbeeld, dan wordt het natuurlijk in een keer heel heftig. Maar dan is dus altijd maar weer net de vraag: hoe pakt het uit? Dus in algemene zin denk ik het ook. Maar 'hoe pakt het uit?' blijft altijd de vraag.

SOPHIE: Dat is een hele goede aanvulling.

RUUD: En als je gaat zoneren en je legt beperkingen op, dan is het ook echt een sport om te kijken: welke andere perspectieven kan ik bieden? Welke extra gebruiksmogelijkheden bied ik? Of dat een nieuwe woning is, dat is even de vraag. Maar verdiep je ook in de mogelijkheden.

SOPHIE: Oké, oké. Goed. Mooie tips voor beleidsmakers. Wil jij wat vragen?

VROUW: Kan ik nog een aanvullende vraag stellen aan Berthy? Want het zal dus waarschijnlijk gevolg hebben voor het aspect voorzienbaarheid. Maar betekent dat dat een ondernemer volledig geen recht heeft op compensatie? Of kan dat dan ook gedeeltelijk zijn? Of is het altijd 100 procent?

BERTHY: Nee, want die elementen die ik noemde, dat zijn de algemene elementen van: het is een normale ontwikkeling en het is een normaal maatschappelijk risico. Maar zoals Paul ook terecht zei: je moet ook altijd vervolgens kijken naar de concrete situatie. Hoe groot is de schade? Hoe plotseling gebeurt het? Wat zijn de alternatieven? Dus het betekent niet dat er helemaal geen schadevergoeding zal worden uitgekeerd, maar het betekent wel dat er een normaal maatschappelijk risico wordt toegepast. En als Paul of Ruud dat anders ziet, mogen ze dat ook zeggen.

SOPHIE: Oké, dankjewel. We typen hier mee. Dan gaan we naar de vraag van Hans Grootens. In een Natura 2000-gebied is het waterpeil verhoogd, waardoor de vernatting in de zone om het Natura 2000-gebied veel sterker uitpakt dan vooraf verwacht. Hoe lang kan een ondernemer in zo'n situatie nog een beroep doen op nadeelcompensatie? En nog een vervolgvraag. En welke bewijzen moet een ondernemer jaarlijks aanleveren om aan te tonen dat er daadwerkelijk schade is ontstaan? Is dit een kleine vraag of een hele grote?

PAUL: Ik zal hem klein beantwoorden. Hydrologische schade, dus schade als gevolg van water, zijn altijd de complexste zaken die er zijn. Want de vaststelling van het causaal verband, zoals door Berthy toegelicht, is dan heel moeilijk. Dus waardoor komt die vernatting? Komt dat door de structuur van dit perceel? Of komt dat door het Natura 2000-gebied waar iets is gebeurd? En hoe lang kan de ondernemer nog een beroep doen op nadeelcompensatie? Tegenwoordig is dat, met een beetje toepassing van uitzonderingsgevallen, 20 jaar. Dus maak je borst maar nat.

SOPHIE: Oké, dat kan nog best wel een tijdje aanhouden. Berthy of Ruud, nog een aanvulling?

BERTHY: Ik wilde in ieder geval nog aanvullen dat ik denk dat er een causaal verband kan zijn, maar dat moet je inderdaad aantonen. Dus wat je moet aantonen, is dat er een causaal verband is met dat waterpeil. En als je dat eenmaal kan aantonen... Maar dat zal het lastigste zijn. En dan moet je ook nog aantonen dat daardoor schade ontstaat.

RUUD: Voor de gemeente is het dan wel interessant. Er is kennelijk een inschatting gemaakt welke schade gaat ontstaan. Maar die schijnt nog erger te zijn dan verwacht werd. En dan, dat is wat Paul zei, wordt het wel heel boeiend. Het kan ook om veel geld gaan.

SOPHIE: Ja, oké. Dank jullie wel. De vraag van Recep had ik eigenlijk even gemist. Dit is een vervolgvraag op Guido. Heeft de grondeigenaar dan wel of geen recht op enige vorm van schadevergoeding? We vinden dat die al beantwoord is. Dankjewel, Recep, voor je vraag. Een opmerking van Willion, gericht aan Peter. De kapitalisatiefactor.

PAUL: De kapitalisatiefactor, dat is dus afhankelijk van de sterkte van het recht. Bij hoevepacht kan je bijvoorbeeld nog aan 9 denken. Bij los land, reguliere pacht, een 8. En zo ga je steeds verder naar beneden, hoe zwakker het recht wordt. Dus dat is net afhankelijk van met welk pachtrecht je te maken hebt.

SOPHIE: O ja. En dan hebben we Roelien. Zij vraagt of er rekening gehouden wordt in zo'n kapitalisatiefactor denk ik, want toen schreef ze die vraag, rekening wordt gehouden met standaard teeltrotatie. Lelieteelt is namelijk één keer op het perceel en dan zes jaar niet. Dus zou je dan slechts eenmaal in de zes jaar een dergelijke pachtprijs kunnen ontvangen?

PAUL: Ik probeerde zo snel mogelijk weer te geven hoe zo'n berekening gaat. Inderdaad moet je daar rekening mee houden. Dus je moet eigenlijk kijken naar: wat is de gemiddelde opbrengst op zo'n perceel? En daarin zal je die relatie zeker moeten betrekken.

SOPHIE: Dus dat is echt van invloed. Oké. Het is inmiddels één minuut over half, maar de allerlaatste vraag. Hoe zit het met... Hoe zit het met de spuitzoneringen ten aanzien van nadeelcompensatie? Kan daar een beroep op worden gedaan?

PAUL: Ja, dat kan.

SOPHIE: Ja, hè? Eigenlijk is het antwoord gewoon ja. Goed. Guido, ik neem jouw vraag mee naar de schriftelijke beantwoording. Want vanwege de tijd wil ik sprekers en jullie luisteraars allemaal hartelijk danken voor je tijd en je aandacht, en voor de vragen. Ik sluit het webinar af. Jullie zullen de presentatie toegestuurd krijgen, en de vragen. De opname ga ik proberen op onze website te laten zetten. Dan is die voor iedereen beschikbaar. Dan kan iedereen het terugkijken. Volgende maand is er een volgend webinar, in april. Dat gaat over de vrijkomende agrarische bedrijven. Daarmee gaan we aan de slag. Nou, fijn dat jullie er allemaal waren. En tot volgende maand dan.

[Gemeentes stimuleren om ondernemers te ondersteunen bij transitie van het landelijk gebied. Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.]